Bijwerkingen

De bestraling kan bijwerkingen veroorzaken. Deze kunnen al tijdens de bestralingsbehandeling ontstaan of in de week na het beëindigen hiervan. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, andere minder. U kunt alleen klachten krijgen ter plaatse van het bestraalde gebied. Dit is mede afhankelijk van uw conditie vóór de bestraling en eventuele andere behandelingen. Tijdens het eerste bezoek aan ons instituut bespreekt de radiotherapeut-oncoloog eventuele bijwerkingen met u. Verder kunt u altijd overleggen met uw behandelend arts, de doktersassistente of de radiotherapeutisch laborant als u vragen heeft over de bijwerkingen.  

Wij geven u de volgende algemene informatie zodat u weet hoe u er het beste mee om kunt gaan.

Vermoeidheid

Mogelijk voelt u zich meer vermoeid dan normaal. Dit heeft niet alleen te maken met de behandeling, maar ook met de spanning die de ziekte en de behandeling met zich meebrengt. Ook het regelmatig reizen naar het ziekenhuis en het bestralingsinstituut en eventuele andere behandelingen kunnen een extra belasting zijn. Het kan helpen om tijdens de bestralingsperiode extra rust te nemen en de dagelijkse activiteiten in een lager tempo uit te voeren.

Haaruitval

U krijgt alleen haaruitval wanneer uw haar binnen het bestralingsgebied valt. De mate van haaruitval is afhankelijk van de dosis die u toegediend krijgt. Haaruitval kan zowel bij hoofd-, baard-, borst-, oksel-, als schaamhaar optreden. Wanneer hoofdhaaruitval voor u van toepassing is, dan krijgt u van uw arts tijdens het intake gesprek een folder met adviezen bij haaruitval. Wanneer u een pruik nodig heeft, kunt u aan de doktersassistente een folder vragen. In deze folder staan adressen van gespecialiseerde kappers.

Bindweefselvorming

Als gevolg van de bestraling, de operatie, medicijnen of een combinatie daarvan kan er in de loop van de tijd, maanden tot jaren na de behandeling, een toename van bindweefsel ontstaan in het bestraalde gebied. Dit heet fibrose. Het weefsel voelt hierdoor vaster aan dan vóór de behandeling.   Ook spieren, gewrichten en gewrichtskapsels kunnen stugger en stijver worden als deze binnen het bestraalde gebied vallen. De mate waarin dit verschijnsel optreedt, hangt af van de hoeveelheid straling per keer, de totale hoeveelheid straling en de gevoeligheid van de patiënt. De invloed op de spieren kan verminderd worden door regelmatig te oefenen. Soms kan voorzichtige massage door een deskundige verlichting van de klachten geven. Bespreek met uw radiotherapeut-oncoloog wat voor u het beste is. Deze kan u eventueel verwijzen naar een fysiotherapeut.

Invloed op de huid

Afhankelijk van de soort bestraling, de dosis die u krijgt en de plaats waar u bestraald wordt, kan uw huid in het bestralingsgebied in meer of mindere mate rood, droog of geïrriteerd raken. De huidreactie is het hevigst in huidplooien (oksels, liezen, onder de borst) en rondom operatielittekens. De huidreactie begint met roodheid, meestal twee tot vier weken na het begin van de bestraling.    

Adviezen voor het behandelen van de huid:  
•  Dep de huid droog i.p.v. wrijven, liefst met een zachte handdoek.
•  Wanneer u op de oksel wordt bestraald, is het verstandig geen, of een milde deodorant te gebruiken zonder parfum, alcohol, aluminium en zink.
•  Vermijd stugge, knellende en schurende kleding.
•  Probeer niet te krabben als de bestraalde huid jeukt.
•  Gebruik, als u bestraald wordt in het gezicht en/of de hals, een elektrisch scheerapparaat en gebruik geen aftershave. Nat scheren verergert de klachten.
•  Plak geen pleister op de bestraalde huid.
•  Stel de bestraalde huid niet bloot aan felle zon of aan UV-stralen van solarium of zonnebank. Na afloop van de laatste bestraling is het verstandig de bestraalde huid nog een jaar tegen felle zon te beschermen. U kunt dus gewoon in de zon zolang u de bestraalde huid afdekt.
•  U kunt gerust douchen, maar het is beter niet te lang onder de douche te blijven staan omdat de aangetekende lijnen dan kunnen vervagen. Om dezelfde reden dient u liefst niet met zeep over de lijnen te wrijven en gaat u liever niet in bad.
•  U mag tijdens de bestralingsserie niet zwemmen, omdat de aangetekende lijnen dan gemakkelijk verdwijnen. Mocht er tijdens de bestraling een huiddefect ontstaan zijn, laat dan eerst de huid genezen voordat u weer gaat zwemmen.
• De huid geneest gewoonlijk na twee tot vijf weken na de bestraling. De plek blijft aanvankelijk wat donkerder dan normaal, maar dat is geen reden tot ongerustheid.
• U mag aan de doktersassistente een crème vragen om na de bestralingen te smeren. Helaas zijn er geen middelen die irritatie van de huid kunnen voorkomen. Wel zijn er middelen om de klachten wat te verlichten, zoals Calendula-crème. U kunt samen met de doktersassistente of uw arts bespreken welk middel voor u het prettigst is.
•  Als de huid tijdens de bestraling dusdanig is beschadigd dat het bovenste laagje van de huid opengaat, dan wordt de doktersassistente gewaarschuwd. Zij zal u adviseren welk middel u kunt gebruiken om het huiddefect te genezen.

Zolang u bestraald wordt, zal de doktersassistente de wond verzorgen. Als de bestraling is afgelopen en u heeft problemen met het verzorgen van uw huid of bij klachten, dan kunt u alsnog contact opnemen met de doktersassistente in MAASTRO clinic via telefoonnummer 088- 44 55 600.   Als u verder nog vragen heeft, aarzel dan niet om ze te stellen, wij helpen u graag verder.  

Redenen om een arts te waarschuwen

Bij onderstaande klachten dient u nog dezelfde dag uw huisarts of uw radiotherapeut-oncoloog te waarschuwen:  

•  koorts boven 39ºC
•  koude rillingen
•  nieuw ontstaan verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen of benen
•  langdurige bloedneuzen (langer dan 30 minuten)
•  het ontstaan van meerdere blauwe plekken, zonder dat u gevallen bent of u hebt gestoten •  aanhoudend bloeden van een wondje (langer dan 30 minuten)  

Bij deze klachten is het raadzaam na 1 à 2 dagen uw huisarts of uw radiotherapeut-oncoloog te waarschuwen:  

•  frequent braken
•  aanhoudende diarree
•  obstipatie (verstopping)
•  plotselinge huiduitslag
•  verandering van pijn (toename of een nieuwe plaats)