Interview Prof. dr. Lambin voor MEDNET Magazine (okt 2012)

MEDNET Magazine

MEDNET Magazine


Wanneer komt protontherapie naar Nederland?

Tekst door: Patrick Marx  

Protontherapie bestraalt tumoren veel nauwkeuriger en met minder bijwerkingen dan radiotherapie met fotonen. Wanneer de therapie naar Nederland komt, hangt af van de snelheid waarmee de overheid vergunningen verleent.    

Wereldwijd zijn veertig centra voor protonbestraling actief. Het is een kwestie van geduld voordat de therapie ook in ons land beschikbaar komt. Mits de patiënten goed geselecteerd worden, wegen de voordelen van de therapie op tegen de extra kosten (het dubbele van fotonbestraling). Protonen geven, in tegenstelling tot fotonen, vrijwel al hun energie af in de tumor. De therapie is daardoor efficiënter en geeft minder schade aan het omringende gezonde weefsel.  

Een deeltjesversneller versnelt de protonen tot ongeveer tweederde van de lichtsnelheid. Magnetische lenzen focusseren vervolgens de protonenbundel op de tumor. Zodra de protonen de huid passeren, vertragen ze door interactie met het weefsel. De deeltjes verliezen relatief weinig energie zolang hun snelheid boven een grenswaarde blijft. Onder die grenswaarde geven ze abrupt alle energie af. Het punt waarop de protonen hun energie afgeven, is selecteerbaar door rekening te houden met het remmende vermogen van het doorkliefde weefsel. Een voorbeeld: soms raakt een oog onherstelbaar beschadigd tijdens de bestraling van een  hersentumor. De fotonen gaan immers door de tumor heen en geven onderweg energie af in het gezonde weefsels. Met protonenbestraling treedt deze bijwerking veel minder op.  

De verminderde kans op bijwerkingen is één van de drie indicatiegebieden die het College voor zorgverzekeringen voor de protontherapie opstelde. Hoogleraar radiotherapie Philippe Lambin, directeur van de Maastro Clinic in Maastricht: “Patiënten komen in aanmerking voor protontherapie als de therapie een lagere stralingsdosis in gezonde weefsels geeft en daarmee de kans op bijwerkingen verkleint. Of dit gebeurt, stellen we vast aan de hand van twee modellen. Het eerste model berekent, met beeldmateriaal van de patiënt, de stralingsdosis in gezond weefsel. Met het tweede model analyseren we of de lagere dosis tot minder bijwerkingen leidt.” Deze model-gebaseerde indicatiestelling staat in het buitenland inmiddels bekend als het Nederlandse systeem. “Het is een heel intelligente manier om geld van de zorg goed te besteden.”  

De tweede groep patiënten die voor protontherapie in aanmerking komt heeft een klinisch bewezen voordeel van de therapie. Dit geldt bijvoorbeeld voor kinderen bij wie de kans op lange termijn bijwerkingen van fotontherapie groot is. Het voorkomen van secundaire tumoren bij jonge patiënten met een goede prognose is het derde indicatiegebied. Lambin: “Jaarlijks komen in ruim 7000 Nederlanders in aanmerking voor protontherapie.”  

De Maastrichtse Maastro Clinic is de eerste die protontherapie naar Nederland wil halen. Sinds 2005 heeft het plannen voor een Euregionaal centrum waarin de Academische ziekenhuizen en universiteiten in Maastricht, Aken en Luik samenwerken met het NKI in Amsterdam en het ziekenhuis in het Belgische Genk.  

De Tweede Kamer reserveerde in 2005 geld voor het centrum. Geld dat er niet meer is. Lambin: “Het duurde te lang voordat de Gezondheidsraad en het CVZ hun rapporten over protontherapie klaar hadden.” Nu is de Maastro Clinic, net als de 4 andere kandidaat centra, afhankelijk van eigen financiering. “We werken aan een financieel sluitend businessplan dat banken moet overtuigen ons geld te lenen.”                                               

Waar en wanneer het eerste Nederlandse centrum zijn deuren opent, hangt af van de overheid. Een DBC voor protontherapie is er al. “We wachten tot het ministerie van VWS de criteria voor een vergunning bekend maakt. VWS blijft dit echter uitstellen. Mochten we de vergunning krijgen, dan kunnen we het centrum in drie jaar bouwen.”  

Lambin heeft goede hoop: “We zijn het centrum dat het meeste voorwerk deed. Bovendien vermindert onze samenwerking met het NKI en de ziekenhuizen in België en Duitsland het risico van ons businessplan.”

Volg ons op

linkedin youtube