Van studie naar patiënt: hoe Maastro klinisch onderzoek versnelt

08 oktober 2026

Maastro Research: Accelerating impact for patients. Wat die belofte in de praktijk inhoudt, laat zich zien in Pre-Act, een Europese studie die onderzoekt hoe kunstmatige intelligentie het risico op lymfoedeem (vochtophoping) in de arm na bestraling bij borstkanker kan voorspellen. Achter die studie staat een organisatie die onderzoek zo soepel mogelijk integreert in de dagelijkse patiëntenzorg.

Karolien Verhoeven en Renee Franssen - Fotografie Henry Peters

Waarom werving voor trials zelden vanzelf gaat

Een klinische studie begint met papierwerk, lang voordat de eerste patiënt zelf kan deelnemen. Alleen al de indiening bij de medisch-ethische commissie duurde voor Pre-Act ongeveer zes maanden, mede door meerdere beoordelings- en revisierondes. Omdat het individueel risicoprofiel gegenereerd wordt door een AI-model, valt het model bovendien onder de Europese regelgeving voor medische hulpmiddelen, wat extra documentatie vereist. "Het uitvoeren van onderzoeken is niet zo eenvoudig", zegt arts Karolien Verhoeven.
Ook in de spreekkamer gaat het niet vanzelf. Voor artsen komt onderzoek altijd bovenop het reguliere klinische proces.

De geoliede machine: het Clinical Trial Office

Bij Maastro ligt die last niet bij de arts alleen. Elders wordt dit werk vaak uitbesteed aan gespecialiseerde onderzoeksbureaus. Maastro doet het juist in eigen huis, via het Clinical Trial Office (CTO), met korte lijnen en ervaren mensen. Het CTO begeleidt onderzoekers van interne goedkeuring en ethische indiening tot de opzet, coördinatie en datamanagement. Een belangrijk aspect is screening. Elke patiënt die zich aanmeldt, wordt door de trialpoli getoetst aan de in- en exclusiecriteria van alle studies, nog vóór het intakegesprek. Komt iemand in aanmerking, dan geeft de trialpoli dat door aan de arts. "Het ligt niet bij de arts alleen om alert te zijn of een patiënt voor onze studie in aanmerking komt", zegt coördinator Renee Franssen. De patiënt krijgt bedenktijd en wordt daarna gebeld om vragen te beantwoorden. De definitieve inclusie gebeurt onder verantwoordelijkheid van de arts. Een natte handtekening in tweevoud en registratie in het patiëntendossier, waarborgen de geïnformeerde toestemming.
Daarbij helpen de korte lijnen tussen het CTO, artsen, doktersassistenten en planning. Het CTO neemt zoveel mogelijk administratieve en organisatorische taken over, zodat artsen zich vooral op de inhoud kunnen richten. 
Dat systeem leert ook van de praktijk, bleek bij de eerste Pre-Act-patiënt. Volgens het protocol begint een deelnemer die dat wil op de eerste dag van de bestraling met een compressiearmkous, om vochtophoping te voorkomen. In Nederland duurde het aanmeten en leveren ongeveer drie weken, waarbij patiënten meerdere afspraken moesten maken met een specialist in therapeutische elastische kousen voor het aanmeten, passen en afleveren van de kousen. Het CTO liet medewerkers trainen om zelf te meten en regelde een voorraad bij de leverancier. Nu wordt de patiënt bij Maastro aangemeten en krijgt zij de kous direct mee. "Dat is niet iets dat je pas bij je eerste patiënt wil ontdekken", zegt Renee. Haar advies aan andere ziekenhuizen: zet vooraf alle betrokken partijen aan tafel.

Pre-Act: een voorspelling op maat

Pre-Act loopt in Frankrijk, Engeland en Nederland, waarbij Maastro het enige deelnemende centrum in Nederland is. De studie richt zich op borstkankerpatiënten die regionale klierbestraling krijgen, waaronder bestraling van de okselklieren. Het model voorspelt de kans op lymfoedeem, een ophoping van vocht waardoor de arm dik en pijnlijk kan worden. Het is gebouwd met verklaarbare kunstmatige intelligentie, zodat inzichtelijk blijft welke factoren de voorspelling beïnvloeden.

Samenwerking binnen en buiten Maastro

Binnen Maastro Research grijpen twee afdelingen in elkaar. Clinical Data Science stelde Europese data beschikbaar, zorgde voor de harmonisatie van de datasets en verbeterde het model met nieuwe gegevens. Het CTO ondersteunt de uitvoering van de studie: van de eerste meting en vervolgcontacten tot de administratie en de randomisatie. "Het is echt een team effort", zegt Karolien. 
Ook buiten Maastro wordt intensief samengewerkt. Het Pre-Act-consortium telt onder andere ook computerwetenschappers, psychologen en communicatiespecialisten uit onder meer Zwitserland, Italië, Engeland en Griekenland. Frankrijk is het hoofdcentrum, waarmee vrijwel wekelijks contact is.

Wat de voorspelling de patiënt oplevert

Pre-Act is gerandomiseerd. De controlegroep krijgt de gebruikelijke uitleg, gebaseerd op landelijke richtlijnen en indicatieprotocollen. In de experimentele groep zien patiënt en arts een persoonlijke voorspelling van het risico op lymfoedeem. Ook in de controlegroep draait het model op de achtergrond mee, zodat onderzoekers kunnen toetsen hoe nauwkeuring de voorspellingen zijn. Het primaire eindpunt is het optreden van lymfoedeem twee jaar na de behandeling. Voor patiënten maakt zo’n persoonlijk risicoprofiel het gesprek concreter. Terwijl de gemiddelde kans op lymfoedeem bij deze behandeling bijvoorbeeld 6 procent bedraagt, kan de persoonlijke voorspelling voor een individuele patiënt uitkomen op slechts 2 procent. Toch willen patiënten dan vaak weten hoe ze dat risico verder kunnen verkleinen, bijvoorbeeld door vanaf de eerste bestralingsdag gedurende drie maanden een elastische armkous te dragen. "Dat had ik op voorhand niet gedacht, zeker bij zo'n laag percentage", zegt Karolien. “Maar de patiënten willen graag weten wat ze zelf kunnen doen. De reacties van patiënten zijn tot nu toe positief."
Op termijn kan het model mogelijk ook helpen bij samen beslissen. Als blijkt dat een bepaalde bijwerking vooral samenhangt met bestraling van een specifiek deel van de oksel, kunnen arts en patiënt samen afwegen wat in die situatie het zwaarst weegt: maximale tumorcontrole of een kleinere kans op bijwerkingen. "Ik wil gewoon de beste zorg aan patiënten geven, met een zo laag mogelijke kans op complicaties", zegt Karolien.
Definitieve conclusies zijn er nog niet. In Europa zijn inmiddels bijna zeshonderd patiënten geïncludeerd, een aantal waarmee de studie volgens Karolien zeer goed op schema ligt.

Vooruitblik: zorgvuldig opschalen, meer gepersonaliseerde zorg

Een consortium met zoveel disciplines vraagt om substantiële investeringen, en de Europese subsidiegever wil zien dat die middelen daadwerkelijk leiden tot betere zorg. Daarom is aan de ontwikkeling van het model een klinische studie gekoppeld die de meerwaarde ervan moet aantonen. De ambitie reikt verder dan borstkanker alleen. Het uiteindelijke doel is dat ook andere ziekenhuizen het model kunnen gebruiken en dat vergelijkbare toepassingen ontstaan voor andere tumortypen.
"Het model is daarmee niet het eindpunt, maar een eerste stap naar meer gepersonaliseerde zorg", zegt Karolien.
Onderzoek in meerdere landen helpt daarbij, vult Renee aan. Hoe breder je het uitvoert, hoe beter je begrijpt hoe patiënten omgaan met hun eigen risicoprofiel en hoe breder toepasbaar de resultaten zijn.
Voor het CTO is de richting duidelijk: steeds vaker wordt al in de opstartfase van een studie  gevraagd om mee te denken. Tegelijkertijd kunnen data uit zowel klinische zorg als onderzoek steeds beter worden ingezet om samen met de patiënt behandelkeuzes af te stemmen op de persoonlijke situatie.
"We hebben hier alle bouwstenen in huis", zegt Karolien. "Van data science en klinisch onderzoek tot de dagelijkse patiëntenzorg. Juist doordat alles onder één dak samenkomt, kunnen we nieuwe inzichten sneller vertalen naar wat uiteindelijk telt: betere zorg voor iedere patiënt."

Het Clinical Trial Office in cijfers

Al meer dan tien jaar geleden begon Maastro naast clinical trial coördinatie en datamanagement met een eigen trialpoli. Onderzoek van destijds liet zien dat het aantal patiënten dat in studies werd geïncludeerd daarna significant toenam.
Vandaag telt het CTO vijftien medewerkers, onder wie acht trialcoördinatoren en drie trialpoli-medewerkers. Van de 186 klinische studies die momenteel bij Maastro in opstart, lopend of in afronding zijn, ondersteunt het CTO er 82, ofwel 44 procent. Het betreft voornamelijk prospectieve, multicentrische studies, waarvan 37 interventiestudies.
In 2025 namen in Maastro 271 nieuwe patiënten deel aan klinische studies.